Sinds eind 2008 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden.

De stedelijke omgeving kan dus bij uitstek als de habitat van de moderne mens beschouwd worden.
Toch wordt de stad meestal niet als ‘natuurlijke’ omgeving gezien. Met een landschap wordt meestal een platteland-landschap bedoeld.

In mijn reeks “Lost Horizon” is de stad de voornaamste inspiratiebron.
Het verhaal dat ik wil vertellen met mijn schilderijen kan ik het best toelichten aan de hand van één voorbeeld: het schilderij “Lost Horizon V”.

Lost Horizon 5

Lost Horizon 5, olieverf en alkyd op linnen, 100 x 130 cm

Voor mij is dit een weergave van hoe het is je in een stad te begeven. Het licht is er vaak indirect door weerkaatsing, gecombineerd met zonlicht en/of kunstmatige verlichting. Zichtlijnen worden voortdurend onderbroken, om elke hoek is er een nieuw perspectief. Felle kleuren zijn in de stad altijd ingekaderd; een muur, een dak, een stuk lucht.

In een pastoraal landschap kunnen er ook felle kleuren aanwezig zijn, maar zelden of nooit in een kader.

Vaak wordt de stad neergezet als “onnatuurlijk”, maar dat geldt alleen voor de constructie, die is inderdaad gemaakt door mensenhanden. De stadsbewoner heeft echter net als de mens die in de wildernis leeft zijn natuurlijk woongebied, de stad vergt als habitat alleen andere aanpassingen. Je ziet in de stad de horizon doorgaans niet, maar om je te oriënteren is er een overvloed aan unieke, vaststaande herkenningspunten. In de wildernis zijn die er ook, maar ze zijn er minder en ze zijn veranderlijker.

In mijn werk zijn er in zekere zin ook geen herkenningspunten; er is niets figuratiefs te zien, maar toch is er veel te herkennen. Elementen van een plattegrond, waarvan niet duidelijk is wat de schaal is. Linksboven wat stroken die landschappelijke elementen in zich hebben, en in tegenstelling tot een plattegrond suggereren dat er sprake is van een horizontaal doorzicht/uitzicht, bijvoorbeeld uit een raam of tussen twee gebouwen, wat het perspectief betreft springt het gezichtspunt heen en weer. Bijna alle lijnen lopen van het vlak af, wat op het schilderij getoond wordt is duidelijk deel van een groter geheel.
Er is geen duidelijke voorgrond, elk vlak wordt doorsneden en botst wat betreft de richting van de verfstrepen met het aanliggend vlak. De lijnen lijken een doorzicht te geven op een andere laag, het is heel moeilijk je blik vast te pinnen; er is eigenlijk geen rustpunt. De snijpunten van de convergerende lijnen op het schilderij ontmoeten elkaar allemaal buiten het beeldvlak, en zijn duidelijk onderdeel van een groter geheel.
Het schilderij is een weergave van de waarneming in de stad (dus niet direct van de stad zelf), alle beeldelementen zijn gekozen om de uitwerking van die waarneming op te roepen.